Actueel

Stevige ambities voor een toekomstbestendige regio

  • Actueel
  • Stevige ambities voor een toekomstbestendige regio
Datum: 06 juli 2026

Hoe Arnhem-Nijmegen verduurzaming versnelt

De druk op de gebouwde omgeving neemt in Nederland razendsnel toe. Er moeten meer woningen gebouwd worden met een betere bereikbaarheid. Tegelijkertijd moet dat gebeuren met minder minder CO₂-uitstoot en slimmer grondstoffengebruik. Hoe pakt de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) dat aan?

In de GMR werken 17 gemeenten samen om precies die puzzel te leggen. In gesprek met directeur Harriët Tiemens en deelprogrammamanager Ûltsje van Gorkum wordt één ding duidelijk: de sleutel ligt niet in één oplossing, maar in het slim verbinden van de verschillende opgaven en het meten en onderbouwen daarvan.

Van losse ambities naar integrale aanpak

De GMR is geen nieuwe samenwerking, maar wel een nieuwe fase. “We werken binnen de regio al dertig jaar samen in verschillende vormen,” vertelt Harriët. “Sinds 2021 doen we dat in een stevige structuur met vijf opgaven die samen de regionale agenda vormen.”

Die vijf opgaven – onder de noemers circulaire regio, groene groei, verbonden regio, productieve regio en ontspannen regio – zijn bewust gekozen. Ze raken allemaal direct of indirect aan de gebouwde omgeving. “Het lijkt soms sectoraal verdeeld,” zegt Harriët, “maar in de praktijk grijpt alles in elkaar. Wonen, mobiliteit, energie, ontspanning: je kunt het niet meer los van elkaar zien.”

Juist dat integrale denken maakt de aanpak van de Metropoolregio Arnhem-Nijmegen bijzonder. Waar individuele gemeenten vaak binnen hun eigen grenzen blijven opereren, kijkt de GMR nadrukkelijk over die grenzen heen. En dat is nodig: de regio is namelijk goed voor zo’n tien procent van de landelijke woningbouwopgave.

Circulair bouwen: van ambitie naar meetbare praktijk

Een opvallende opgave is de circulaire regio. Binnen dat thema richt Ûltsje zich op circulaire bouw en infrastructuur. “Als je kijkt naar duurzaamheid, dan zit een groot deel van de impact in de bouw,” legt hij uit. “Dus daar móet je het verschil maken.” De ambities zijn stevig: in 2030 moet 50 procent van de bouw circulair zijn. Maar de regio blijft realistisch. “We zitten nu nog net onder de 15 procent,” zegt Harriët. “Dus het is een enorme opgave.”

Wat de GMR onderscheidt, is de manier waarop die ambitie wordt aangepakt. Niet alleen met beleid, maar ook met meetbaarheid. “We hebben daarvoor de Impactladder Bouw ontwikkeld,” vertelt Ûltsje. “Daarmee meten we projecten en kunnen we echt onderbouwen hoe circulair er wordt gebouwd.” Die aanpak levert inzicht én versnelling op. Door een groot aantal projecten te analyseren, ontstaat een leercurve. “Je ziet dat het percentage circulair bouwen stijgt zodra je beter weet wat je moet uitvragen,” zegt Harriët.

De echte uitdaging: betaalbaarheid

Toch zit de grootste hobbel om deze ambities waar te maken niet in de techniek, maar in de betaalbaarheid ervan. Harriët erkent dat: “Je kunt ambities stapelen, maar het moet ook te betalen zijn.” Circulair bouwen is vaak duurder in de businesscase, omdat de maatschappelijke baten – zoals CO₂-reductie en minder grondstoffenverbruik – niet direct worden meegerekend. 

Van Gorkum heeft daar een andere kijk op: “Ik noem het liever niet onrendabel, maar anders rendabel. Het is maatschappelijk gewoon hartstikke waardevol om zo circulair en duurzaam mogelijk te bouwen.” De regio zoekt daarom naar nieuwe modellen, zoals het waarderen van restmaterialen of CO₂-opslag. Maar een definitieve oplossing is er nog niet. 

Groene groei: bouwen zonder het landschap te verliezen

Waar circulair bouwen gaat over hóe we bouwen, gaat de opgave groene groei vooral over wáár en hoeveel. De regio kiest daarbij bewust voor verdichting van de bebouwde omgeving. “75 procent van de nieuw te bouwen woningen bouwen we binnen bestaande stedelijke gebieden,” zegt Harriët.

Dat leidt tot grootschalige transformaties: oude industrieterreinen veranderen in woon-werkgebieden, stationsomgevingen worden verdicht en voormalige winkelstraten worden woonomgevingen. “Dat is niet alleen nodig,” zegt ze, “maar het is ook een mooie kans om steden beter te maken.”

Tegelijkertijd blijft het landschap een belangrijk uitgangspunt. De strategie ‘meer landschap, meer stad’ laat zien hoe de regio probeert groei te combineren met natuurbehoud. Ook hier speelt integratie een sleutelrol. Wonen, werken en voorzieningen worden dichter bij elkaar gebracht. Dat verkleint niet alleen de ruimteclaim, maar versterkt ook de leefbaarheid.

De verbonden regio: mobiliteit als randvoorwaarde

Dan is er nog de verbonden regio: de opgave die de puzzel eigenlijk compleet maakt. “Mobiliteit en woningbouw zijn één op één verbonden,” stelt Tiemens. “Waar je bouwt, bepaalt hoeveel verkeer er ontstaat. Daarom kiezen wij bewust voor bouwen rond OV-knooppunten en met lage parkeernormen. In sommige projecten zelfs nul.”

Dat vraagt om scherpe keuzes, zeker buiten de steden. “In dorpen is dat ingewikkelder,” erkent Harriët, “maar we moeten wel samen afspraken maken. Anders loopt alles vast.”

Ook klimaatadaptatie speelt een rol binnen deze opgave. Denk aan infrastructuur die bestand is tegen extreme regenval of hitte. En zelfs circulariteit komt terug in mobiliteit, bijvoorbeeld in materiaalgebruik voor wegen.

Samenwerking als versneller

Wat deze opgaven (en de overige twee: ‘Ontspannen regio’ en ‘Productieve regio’) met elkaar verbindt, is samenwerking. Niet alleen tussen gemeenten, maar ook met marktpartijen en corporaties. “De crux zit in openheid,” zegt Harriët. “Dat je elkaars boeken durft te openen en begrijpt dat iedereen een gezond rendement nodig heeft.”

Die samenwerking levert resultaat op. De regio haalt al vijf jaar op rij haar woningbouwdoelen een unicum in Nederland. Volgens Ûltsje zit de kracht ook in het gezamenlijke leerproces. “We moeten dit echt als keten doen. Anders blijven we bij elk project opnieuw het wiel uitvinden.”

Van ambitie naar norm

De ambities zijn helder, maar de weg ernaartoe is uitdagend. Voor 2030 hoopt de regio grote stappen te zetten richting circulair bouwen. “50 procent is het doel,” zegt Harriët, “maar zelfs 40 procent zou al enorme impact hebben.” Op de langere termijn moet duurzaamheid en circulariteit vanzelfsprekend worden. “Over tien jaar zou de vraag niet meer moeten zijn hoe je circulair bouwt,” zegt Ûltsje, “maar waarom je het níet doet.”

Daarmee verschuift de discussie fundamenteel: van pionieren naar standaardisatie. En precies daar ligt de ambitie van de regio. Niet alleen projecten verduurzamen, maar het systeem veranderen. De grootste les uit Arnhem-Nijmegen is dan ook dat verduurzaming van de gebouwde omgeving geen losse opgave is. Het is een samenspel van verschillende opgaves, die allemaal in elkaar grijpen, verbonden door een nauwe samenwerking. 

Bron: KTGO e-zine, editie juni 2026. Lees het originele artikel hier: Betaalbaar en sneller bouwen | PDF to Flipbook. Overgenomen met toestemming.