Hoe zorgen we ervoor dat ruimtelijke ontwikkelingen in de Groene Metropoolregio elkaar versterken? Tijdens Regio Ontmoet op 9 oktober in Zaal Gieling in Groessen verkenden de deelnemers hoe de vier gebiedsagenda’s kunnen helpen om opgaven rond wonen, werken, natuur en bereikbaarheid beter met elkaar te verbinden.
Daarbij ging het ook over de samenwerking tussen gemeenten en andere overheden: hoe sluiten de gebiedsgrenzen aan op de ruimtelijke samenhang en hoe zorgen we dat gezamenlijke ambities worden vertaald naar concrete uitvoering?
De Liemers
De behoefte aan ruimte voor wonen en werken groeit. Tegelijkertijd vraagt het landschap om versterking en zijn er opgaven rond droogte, groen en bereikbaarheid. Denk aan de ontwikkeling van spoorzones, de Groene Scheg ’t Broek en de aanpak van droogte in de Liemers en de Gelderse Poort. Ook het intensiveren en herstructureren van werklocaties kan helpen om ruimte voor economische ontwikkeling te vinden.
De bestuurlijke vraag is hoe deze ontwikkelingen stap voor stap beter in balans kunnen worden gebracht met de beschikbare ruimte en andere randvoorwaarden. Dat vraagt om actief sturen en keuzes maken. Daarbij hoeft de gemeentegrens niet altijd leidend te zijn: belangrijker is welke ruimtelijke samenhang er is en waar samenwerking daadwerkelijk meerwaarde heeft.
Veluwezoom
In Veluwezoom komen woningbouw, natuur, bedrijvigheid en recreatie samen. Het versterken van stikstofgevoelige natuur, onder meer via de Aanpak Veluwe en herstelprojecten in Beekdalen, vraagt om aandacht naast de behoefte aan woningen in onder andere Arnhem, Renkum en Rheden. Ook duurzame mobiliteit en het spreiden van recreatie spelen een rol. Extra uitloopgebieden, zoals de Groene Wig Arnhem Oost, het Rivierklimaatpark IJsselpoort en de Rosandepolder, kunnen daaraan bijdragen.
Maar welke grenzen passen bij deze opgaven? Ruimtelijke verbanden en ecosystemen houden zich niet altijd aan gemeentegrenzen. Ook de relatie met gebieden aan de westzijde, richting Foodvalley, speelt bij sommige thema’s een rol. De samenwerking moet daarom volgen uit de inhoud van de opgaven. Tegelijkertijd moeten gebiedsgrenzen voldoende houvast bieden om plannen concreet te maken en bestuurlijk te kunnen uitvoeren.
Middengebied
In het middengebied staat de ontwikkeling van het gebied tussen Rijn en Waal centraal, in samenhang met Arnhem en Nijmegen. Tot 2050 zijn nieuwe woon- en werklocaties nodig, terwijl de bereikbaarheid onder druk staat. De aanpak van de N325, snelfietsroutes en meer openbaar vervoer zijn belangrijke onderdelen van de mobiliteitsopgave. Daarnaast vragen de groene structuren aandacht, met onder meer de aanpak van de Linge en de versterking van Park Lingezegen.
Hoe ontwikkelen gemeenten en steden dit gebied als één ruimtelijk geheel? De ambitie is om tot een gedeeld verhaal te komen, waarin duidelijk wordt hoe ontwikkelingen elkaar kunnen versterken en waar ruimte is om opgaven met elkaar te verbinden. Dat vraagt om verder kijken dan afzonderlijke projecten en gemeentelijke belangen. De eerste verkennende gesprekken over een gezamenlijke aanpak met Arnhem en Nijmegen zijn inmiddels gestart.
Rijk van Nijmegen
In het Rijk van Nijmegen ligt een grote opgave om het woningtekort terug te dringen. Langs de stedelijke corridor aan de westzijde liggen veel bouwlocaties. Tegelijkertijd vraagt de groene tegenhanger van de verstedelijking om versterking. Daarbij gaat het onder meer om de stuwwal, de blauwe motor, de Groene Mantel, de landschapszone DWBN en de aanpak van de rivieren. Ook de bereikbaarheid vraagt om aandacht, bijvoorbeeld bij de HOV-corridor Arnhem–Nijmegen–Den Bosch–Eindhoven, de A50, de N322 bij Druten en het regionale fietsnetwerk.
Hoe combineren we de woningbouwopgave met het behoud van het landschap en een goede bereikbaarheid? Dat vraagt om samenhangende keuzes. Ook spoorzones bieden kansen voor meervoudig ruimtegebruik en functiemenging. Tegelijkertijd zijn er ontwikkelingen waarop de regio niet onbeperkt kan wachten, zoals de A50 en Rijk van Nijmegen 2.0. De uitdaging is om regionale belangen te verbinden met concrete ontwikkelingen in het gebied en voldoende draagvlak te behouden.
“Een gebiedsgerichte benadering helpt bij integrale afwegingen. Vanuit mobiliteit moeten we wel steeds goed kijken naar de gewenste schaal. Mobiliteit functioneert als een netwerk en gaat al snel over gemeentegrenzen heen: van busroutes en ons snelfietsnetwerk tot spoorcorridors en snelwegen. Dat overkoepelende, regionaal dekkende netwerk moet centraal bewaakt blijven.
Ook voor strategische lobby richting provincie en Rijk moeten we samenwerken en juist op GMR-niveau groter denken om een vuist te kunnen maken. Ik hoop dat alle gemeenten de komende jaren capaciteit en middelen kunnen vrijmaken om ontbrekende schakels in het mobiliteitsnetwerk te realiseren en cofinanciering hiervoor los te krijgen.”